Duiding bij de schilderijen

If I could say it in words, there would be no reason to paint. 
Edward Hopper

 

De meeste van mijn werken zijn gebaseerd op foto's, soms zelfgemaakt, meestal overgenomen uit kranten, tijdschriften of virtuele media. Het zijn beelden die om de één of andere reden blijven hangen en die me persoonlijk treffen. Dit kan ook een al bestaand kunstwerk zijn, meestal gaat het hier dan om een hommage.

Aanvankelijk voelde ik me in het bijzonder aangetrokken tot het portret, als een manier om mijn bewondering voor een bepaalde persoon picturaal te uiten. Deze vroege werken weerspiegelen in hun gefragmenteerde vorm, te vergelijken met scherven, mijn fascinatie voor het expressionisme en kubisme. Ik besloot deze niet op te nemen in de galerij, daar ze te veel afwijken van mijn huidige stijl.

Een bestaande foto of reproductie is dus meestal het uitgangspunt. Hier worden elementen aan toegevoegd of juist weggelaten. Het schildersproces verloopt langzaam, laag over laag werk ik intuïtief naar een eindpunt toe. Soms gaan hier enkele weken of een maand overheen voor één schilderij. Het wordt dan aan de kant gezet en ik werk er later eventueel aan verder. Het oorspronkelijke beeld wordt dus 'getransformeerd' door een constant proces van wissen en toevoegen. Het werk maakt als het ware zichzelf af. In de meeste gevallen maak ik gebruik van eenvoudige, geometrische figuren of constructies waaraan de compositie a.h.w. wordt 'opgehangen'.

Ik werk graag met de geijkte thema's: het (zelf)portret, het naakt, een interieurstuk of imaginaire figuurstukken en landschappen, soms verwerk ik een bijbels of mythologisch thema. Sommige schilderijen ontstaan volledig uit de verbeelding en baden in een dromerige sfeer. Dat is zo voor De harlekijn, Na de voorstelling of Imaginair landschap 1Soms vertonen imaginaire personages gelijkenissen met bestaande personen (De geliefden, Dansend meisje), zonder evenwel bedoeld te zijn als portret in de strikte zin. Evenzo is het een schilderkunstig gegeven dat zowel psychologische als fysiologische kenmerken van de maker opduiken in de afgebeelde figuren of portretten, te vergelijken met een schrijver die romanpersonages creëert.

Soms ontstaan door hun thematische en compositorische samenhang 'tweeluiken' of 'drieluiken' (door cijfers aangeduid), die in feite een geheel vormen maar ook op zichelf kunnen staan. Het combineren van reële en surreële elementen leidt in de betere werken tot een bepaalde sfeer, die de kijker als 'dromerig' of 'mysterieus' ervaart. Deze stijl werd reeds omschreven als magisch realisme of niet-illustratief realisme. Persoonlijk kies ik niet voor deze of gene stroming, wel hoop ik dat één of meerdere werken de beschouwer blijvend kunnen boeien. Het verwijzen naar de kunstgeschiedenis en het kritisch reflecteren over de maatschappij bepalen mee de thematiek van mijn werk. 


PS
Het gebruik van (veel) kleuren is, ingaand tegen de trend van deze tijd, een bewuste keuze. Kleuren geven energie en zijn levensbevestigend. In het verlengde hiervan ben ik vooral beïnvloed door de 20ste-eeuwse moderne schilderkunst.